Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 156 )

onder den afgodendienst, over het menschlijk verftand hadt weeten te verfpreiden. Het Eua'ngelisch onderwijs ftrekt daartoe, dat elks Charaéter aangenaam, zacht, vriendelijk en agtingwaardig worde. Het Euangelie geeft voorfchriften tot verbetering van 't verftand, tot heiliging van den wil, tot beftuuring der hartstogten en driften, het leert ons, het beste gebruik te rnaaken van het licht en beveelt, dat elk zich zal todeggen op de vermeerdering van zijne natuurlijke gaven , van zijne kundigheden en wetenfcbappen ; terwijl het een iegelijk befcheidenheid, verdraagzaamheid, oprechtVil, eerbaarheid, ja met één woord alles wat deugd en waar in maar eenige lof is, — aanmaant te bedenken en in 't werk te (tellen.

Di;s ii het Euangelie, wegens deszelfs duidelijke onderrigting nopens God de gelukzaligheid en onze pligten, een liet, cn te meêr, daar wij door het zelve Gods onbegrijpelijke menfchenliefde kennen zelfs in de zending van jesus zoo treffend blijkbaar geworden. En dat waarachtige licht foaijnt nu, —. dan het is niet genoeg, door dat Euangelie verlicht te zijn, men moet ook als Kinderen des Lichts wandelen: dat is, het is niet genoeg, dat men tot de kennis ann het Euangelie gekomen zij; maar men moet ook een goed gebruik van hetzelve rnaaken. En hier over zal ik mijne .YToriekristeucn nog een weinig onderhouden.

Schijnt het waarachtige licht nu— en zulks ter onzer verlichting, wij behooren ons dan ook te iaten verlichten , en die zalige verlichting, waar door ons zoo veel duidelijker, •— zoo veel heerlijker ontdekking van God en zijnen nriK, van den weg der zaligheid, en van den grooten bewerker van dit heil zijn gedaan, behoorlijk en

volgends 't godlijk oogmerk gebruiken.

Dit

Sluiten