Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ipoeden komen; men lette op de onderfcheiden leidingen Gods ten beste der menf hen in alle betrekkingen; men onderzoekc, wat eigenlijk behoefte zij, en dan beöordeele men, of God niet, te midden van dit alles, wijs en vaderlijk voorziet. Men merke tevens aan , dat de weinigfte menfchen buiten hunne fchuld behoeftig zijn, en dat de gronden hunner onaangenaaine omftandigheden meestal_ in. hunne eigen verkeerdheden te zoeken en te vinden zijn; terwijl zij, die bij al hun vlijt, arbeid en gebed, buiten hunne kennelijke fchuld behoeftig zijn, voorzeker bijzonder door God in hunnen toeftand worden gaêgellagen, op. eene wijze,altijd aanbidiijk wijs, goed,en liefderijk,hoewel ons onbekend - op eene wijze, die voor den Kristen altijd genoegzame gronden ter gerustltelling des harten, tot troost en kinderlijk vertrouwen oplevert.

Behoefte en overvloed, voorfpoed, geluk en ongeluk, zijn niet altijd bewijzen van genade en ongenade. Men mogt oudtijds, toen de wereld nog in duisternis lag , en de menfchen door misleiding van Farifeeuwfche geestlijken aan veele llaaffche vooroordeelen gekluisterd lagen, in dien dwaazen waan verkeerd hebben, dat hij, die in deze wereld veele aardfche. goederen bezat, en naar den uitwendigen mensch voorfpoedig leefde, een bijzonder voorwerp van Gods liefde en een gunstgenoot des hemels ware, en. dat hij in tegendeel, die hier met veelerlei rampen te Itrijden hadten armoedig leeven moest, of in behoefte en lichnams gebreken zijne dagen fleet, voor een, van God verlaten,, voor een booswicht en kwaaddoener moest gehouden worden gelijk dit dcEuangelist joSnnes Cap. IX. v. i. niet onduidlijk toont, zeggende:e» voorbij gaande .zag* hij eenen mensch, blind van de geboorte af,en zijne discipelen vraagden hem,zeggende: Rabbi! wie heeft 'er gezondigd, deze of zijne ouders, dat hij blind zoude gehoor en wor-, den? jesus andwaordde, noch deze heeft gezondigd, noch zijne oud rs, maar dit is gefchied ,op dat de werken Godsin hem zouden geopenbaard worden ; zo weten wij als. Kristenen,dat de uitwendige-, zoo ongelijke bedeeliug der aardfche goederen, dat voor en tegenfpoed, dat armoede en rijkdom geensfins bewijzen zijn- vautiods genade of ongenade. Van den rijken man, van. welken de Euangelistlucas Cap. XVI. melding maakt, lezen- wij, dat hij uitwendig naar den .vieefche gelukkig, heerlijk en in vreugde leevende, bij zijn fterven de rampzalige en ongelukkigfte was; daar in tegendeel de arme lazarus, die bij de verdwaasde wereld en onbezonnen rijkaard een voorwerp F f 2 ▼ai

Sluiten