Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 243 )

Onze Voorouders, de oude Batavieren, waren insgelijks zeer gezet op het huwlijk. —-— De onderlinge trek en eensgezindheid, die de ziel van een gelukkig huwlijk uitmaaken, zullen toen dezelve voornaamlijk hebben aangebonden. — Schoon zij min op het onderfcheid van bezittingen, ja minder dan nu agt gaven,oordeelden zij echter, dat 'er voor het overige niet te veel gelijkheid kon plaats hebben, tusichen jonge lieden, die als één vleesch, en één geest moesten worden, twee genachten moesten vereenigen en famenleeven,totdnt de dood diennauwen band verbrak. — Maar zij hadden nog ééne rede voor die nauwkeurigheid. Dezelfde jeugd, dezelfde rijzigheid - zij, die elkander gelijk, gezond en kloek zijn, werden in den echt vereenigd, en brengen kinderen voord, die even flerk zijn als de ouden. — Zoo zorgvuldig waakten zij, dat hun gedacht niet mogt verbasteren, men zou hen dus niet ligtelijk hebben kunnen bewegen, om hunne zoonen, om voordeels wille , aan eene zieklijke of wanfehapen bruid, of hunne dochters, om dezelfde redenen, aan een zwak en verachtelijk man te geven; neen, ik geloof ,dat'er zoo iets was , het welk hun den rang deedt over het hoofd zien, dat beftaan hebbe in de overreding, dat 'er eene braave ziel in een rijzig welgevormd lichaam huisveste, waaruit men een uitgelezen kroost kan verwachten, Gelijk ook zulke jongelingen veel vooruit hadden bij de ouders en de jonge dochters, welke van de dapperheid, die hun bezielde, en van hunne vaardigheid in den wapenhandel, boven anderen , blijken hadden gegeven. Met één

woord: dezelfde zorg, die men in befchaafde

eeuwen voor een goed ras van paarden en honden heeft gedragen, befteedden de Batavieren liever aan 'wezens van onvergelijkelijk hooger waardij.

Zie hier eenige aanmerkingen.

Laat ik, om aan het oogmerk meer bijzonder te voldoen, u een tafreel van een gelukkig en ongelukkig huwlijk fchetzen; en vervolgends u eene tekening geven van eene huislijke gelukzaligheid.

II h 2 Zie

Sluiten