Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f 344 )

Zie hier een tafrecl van een gelukkig en ongelukkig huwlijk.

ii Wanneer twee minnende, overëenftemmende harten elkander ontmoeten, dan heeft de echte Haat geen onaangenaame zijde. — Dan wandelen een paar goede menfchen hand aan hand daar henen — Waar zij op hunnen weg doornen ontmoeten, ruimen zij dezelve vlijtig en vrolijk weg; — waar zij aan een' ftroom komen,

draagt de fter-kere den zwakkeren 'er door; waar

eene rots te beklimmen is, biedt de fterkere den zwakkeren de hand; geduld en liefde zijn hunne gezellinnen. — Wat den een' afzonderlijk onmooglijk zoude zijn, is voor beiden, verë'enigd ,fcherts, en als zij dan omhoog bij 't doelwit Haan, droogt de zwakkere den fterkeren het zweet van 't voorhoofd. — Vreugd en fmart treden altijd gelijk bij hen in; nooit herbergt de één den kommer,

als de blijdfchap de gast van den anderen is. Eén

lnchjen op beider wangen, of trr.snen in beider oogen; maar hunne blijdfchap is leevendiger dan de blijdfchap van één éénigen, en hunne fmart is minder grievende, dan van één éénigen; want mededeeling vergroot de blijdfchap en lenigt de fmart. — Zoo is hun leeven een fchoone zomerdag; zelfs dan nog fchoon, als 'er eens een onweersbui voorbijtrok; want het onweer verkwikte de natuur, en gaf nieuwen lust voor de onbewolkte zon. — Zoo liaan zij, arm in arm, aan den avond hunner dagen , onder de bloemen, die zij zelven geplant en gekweekt hebben, verwachtende den nagt. — Dan... ja... dan zeker, dan legt zich één eerst ter ruste, en deze is de gelukkige. De andere dwaalt rond, en weent, om dat hij nog niet flapen kan — en dit is de eenigfte onlmgenaame zijde van den gelukkigen echten ftaat.

Maar als overeenkomst en uiterlijke omftandigheden, ligtzinnigheid en luimen, den band van den Echt knoopen; ó dan heeft de echte ftaat geene lachende zijde. — Waar de vrije man en het vrije meisjen vrolijk en luchtig voordtreden, daar fleept de geboeide zijn keten achter zich na.

't Ver-

Sluiten