Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2?S )

bemint en daarom zijne broederen lief heeft en wel doet. iMog een kenmerk van ongeveinsde broedermin. De waare menfchenvriend bedoelt niets minder dan eilend, treurigheid en ongeluk weg te nemen, en vreugde, geluk en genoegen te verbreiden. Dus kan een enkel gevoelbetoon het niet zijn, dat alléén in eene uitwendige deelneming kan beftaan, wel de gedaante en fchijn van deugd hebbende doch niets van haare wezenlijkheid bezittende. Werkzaam en daadig in de liefde te zijn, zijn vorderingen van de menschheid en niet minder de bevelen van den zuiveren Godsdiensr. Weinig toch kan het denongelukkigen lijder baaten, dat men uitwent dig wegens zijne drukkende omftandigheden bewogen is, en hem in zijn beklagenswaardig lot zoekt te troosten. Weg. neming of vermindering van zijn eilend en druk, noodig toevoer tot herftel, geluk en vreugde, behartigende werk. Itelliffmaaking van de best mogelijke middelen, om hier in wel en gelukkig te flaagen, worden hier bij vooral gevorr derd. De barmhartige Samaritaan, om nog eens du treffend voorbeeld te gebruiken, was niet alléén bewogen met den bitteren nood van den ongelukkigen lijder, die een Jood, was, hij offerde zijn gerief op, ontzag moeite noch gevaar, nam'hem op, legde hem op zijn beest, na dat hij zijne wonden gereinigd en verzacht hadt, en voerde hein ter herberg, verlchafte hem toentijds het beste en in zijne omftandigheden gefchiktst verblijf, en beval hem met nodigen aandrang aan de getrouwe voorzorg en waakende pleeging der huisgenooten. Zoude het den halfdooden ellendeling wei iets geholpen hebien, dat de Samaritaan hem beklaagde, deel aan zijne nooden nam, hemherftelling en redding gewenscht, met een God helpt «.'weggezondenen hem dus aan de barmhartigheid en hulp van anderen hadt overgelaten? De waare Menfchenvriend voorziet in de behoefte, helpt, deelt mede naar vermogen, zoekt vrienden en medehelpers, beveiligt ongelukkigen en redt uit den druk: terwijl zijn hart oneindig meer gevoelt dan woorden verklaaren en daaden toonen kunnen. Jaiumering en pijnlijk gevoel wordt hem veroorzaakt, wijl Hij zich niet in ftaat gelteld ziet, om den ongelukkigen op eenmaal eu geheel te verheffen en tot zijn geluk te'voeren. Den zwakken onderfchraagt hij gretig; aan de bedroefden verleent hij troost, terwij! de verlaten en rouwdraagende weduwe aan hem haaren man, en de treurige weezen in hem hunnen weldoener, voorzorger, pleeger en vader vinden; dit alles doet hij zonder eenige gemaaktheid,,

Sluiten