Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 233 )

Geen lijden doet mijn hoop bezwijken, Gods grootheid zal in zwakheid blijken, Gods grootheid fterkt mijn tedre kragt, Zijn glans verdrijft den zwartfTen nagt.

Gods liefde waakt — mijn heil zal bloeien, Daar beekjens vol genieting vloeien,

De woesfte rots wordt door Gods hand,

Als Edens lustprieel, beplant.

*

'k Zie 't bloemrijk pad door doornen baarien;

Droogt weg die afgeperste traanen; Bedroefde Zielen! juicht met mij — De morgen daagt — zingt 't danklied vrij.

Mijn God! der fchepflen Vriend en Vader!

Het fterflijk kroost treed juichend nader; 't Vangt op den voetbank van uw' troon Den nagalm van der Englen toon.

. Te Amfteldam, bij M. de BRU1JN, in de Warmoesftraat.

Sluiten