Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 296-)

en de plaatje des Tabernakels uwer e'.re. (*) Eene arme gemeente eerbiedigt God en haaren Zaiigmaaker in eene hutte met ftroo bedekt: maar eene rijke gemeente , een groot Vorst, die tot zijn vermaak en tot zijne lusthuizen geheele tonnen fchstts befteed; zouden deze de-huizen, waar zij opwekking tot de deugd, waar zij troost in het lijden zoeken, niet in eenen goeden ftaat houden, en, zo het nodig ware, niet prachtiger wederom opbouwen? Een vroom man, die in den krijgsdienst grijs geworden was, bragt mij een Louis tfor om iets in de kerk te laten verbeteren en zeide met een trouwhartig gelaat: „ het is dat huis, waarin ik mij in mijnen ouderdom en in mijne zwakheid verkwikke; het „ bedroeft mij, wanneer ik niet alles in eenen goeden ftaat „ zie." Het is zekerlijk een flegt teken, wanneer de operahuizen en fchouwburgen prachtiger gebouwd zijn , dan die gebouwen, welke der deugd en den godsdienst zijn toegewijd. Prachtige Torens behooren mede tot het fieraad eener groote ftad; en het is ook niet oabetaamlijker, dat men dezelve bij de openbare vergaderplaatfen der godvruchtigen opbouwt, dan nevens andere openbare gebouwen plaatst.

CO Pfaim XXVI: E.

Te Amfteldam, bij M. de BRUIJN, in de Warmoesftraat.

Sluiten