Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 3°8 )

vervolgde, verguisde, allerlei fnoode laagen legde en hem eindelijk zocht te dooden. Veelmaalen ontweek hij hunne boosaardige ondernemingen, dan eens ftelde hij hunne boosheid aan het oog der wereld voor, dan eens wederom beftraft hij hen en maakt ze fchaamrood, en, daar de tijd nog niet ger komen was om zich ter verzoeninge der wereld in den dood over te geven, ging hij dan hier,dan daar, zo veel hij konde, en zulks raadzaam oordeelde, de oogmerken van zijne aankomst in de wereld bekend maaken. Nu naderden de tijdflippen, waarin hij zich nan zijnen hemelfchen Vader zoude opofferen: niets konde hem nu wederhouden; nu trekt hij Jerufalem binnen ter gelegenheid van het Joodfche Paaschfeest,en zulks wel voor de laatfte maal. Nu werdt het tijd dat dit groote werk begonnen, voordgezet en voltooid zoude worden, waar toe hij in de wereld gekomen was — „ Laat „ ons heen gaan (zeide hij tot. zijne discipelen) laten wij „ opwaards gaan naar Jerufalem, en het zal volbragt worden „ aan den Zoon des menfchen, dat gefchreven is door de Pro,, feten. Hij zal overgeleverd worden aan de heidenen, hij ,, zal befpot,fmaadlijk gehandeld en befpoogen worden; men „ zal hem geesfelen en dooden en ten derden dag zal hij wéér „ opftaan." (*) Van dit alles moest zijne intrede binnen Jerufalem een begin maaken: Als Koning wilde hij binnen trekken op eene wijze , bij de Oosterlingen in gebruik , terwijl de ftaatige voorbereiding, welke kristus daartoe maakte zoo wel bij zijne geliefde discipelea als bij geheel het volk, veel opziens en bedenkingen moest veröorzaaken, begeerende dat men de gebonden ezelin en het veulen ontbinden en tot hem brengen zoude; hij zet 'er zich op, en trekt wel gemoed, vrolijk en plegtig, als Koning, Jerufalem binnen. Men behoeft deze door jesus ondernomen handelwijze niet te verklaaren voor een bewijs van diepe nederigheid, ook niet aanzien als een teken van verregaande armoede. — Hier tegen ftrijdt zoo wel het heerfchend gebruik bij de Oosterlingen als de handelwijze des volks, het welk hem huldig, de, te meer, daar het over bekend is, dat de Oosterfche Volken bij Koninglijke hulde altijd gebruik maakten van ezelen,

(«0 Lue. XVIII: 31 — 33.

Sluiten