Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 3ii ;

veragting en flaagén gepaard gingen, gevanglijk dan voor geestelijke dan wederom voor wereldfche richters, die allen, wreed genoeg, zijn lor verzwaarden en de verfegaandfte oriraenschlijkheden aan hem uitoefenden. Valschüjk aangeklaagd, ftonden onrechtvaardige getuigen tegen hem op, hij werdt als eenen dood fcheldigen veroordeeld, terwijl toomlooze kwaadaardigheid en doldriftige bloeddorst niet eer bevreedigd wierden, voor dat men de onfchuld aan het moordhout hadt geklonken. Maar zoude men hierbij vraagen kunnen: waren zij allen te Jerufalem van één en het zelfde begrip,dat jesus fchuldig was en die mishandelingen ja den dood verdiend hadt? Dit durven wij toch niet vrijmoedig met ja beantwoorden ? Hoe veelen van Jertifdlênii inwooneren waren van zijne volmaakte onfchuld overtuigd f Hielden hem alle zijne vijanden, en die hem overgeleverd hadden, voor in de daad fchuldig? Hoe veelen verklaarden dat zijne rechtspleging fchreeuwend onrechtvaardig en een vloekvonnis was! Zijn verrader judas zelf betuigde, dat hij hem onfchuldig verraaden, dar hij kwaaüjk gedaan hadt om zijnen meester in de handen zijner beulen over re leveren , werpende de dertig filvcrlingen in den tempel voor de voeten van den bloedraad, en die gevaarlijke plaats verlatende, flaat hij de handen aan zich zelven. Pilatus, zijn richter , getuigt meer dan eens : ik vind geene fchuld. Maar waj het wel mogelijk , dat het getuigenis van pilatus van 'sHeilands onfchuld en de openhartige belijdenis en ouafgevergde verklaaring van judas eenig verhoor konden verwerven, daar de richter zoo zeer verblind was en gevloekte eigenbaat gewijrookt werdt ? daar het belang en bijzonder voordie! van den geestlijken raad het van kant helpen van jesus moesten be/oorderen? En hoe veel vermogt in dit geval de magt der geestlijkheid op het doldriftig hart van het Woest gemeen, te meer daar zij beiden, door helrch eigenbelang aangevuurd, eene gemeenfchaplijke zaak maakten ! Jesus moest van kant, hoe het ook gaan mogt, hij moest aan den richter overgeleverd en een prooi hunner perkeloOze en hollende woede worden. Het fterk geroep van onfchuld werdt gefmoord, terwijl overheerfchende baatzucht, doof voorgevoel van redenlijkheid, breideloos te werk ging. •— .

Ginds en weder geflingerd, blijft de onfchuldige menfchenvriend ook voorbeeldig in zijne onverfchrokken grootmoedigheid te midden van zijn veelvuldig lijden, het welk zeer pijnlijk was, en bij zijnen veragtlijken dood. Men hadt hem, eer hij daadlijk aan 't kruis genageld was, deerlijk rnishsn-

> dekt,

Sluiten