Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE V R IJ E GODSDIEISTVRIEND*

SV\ 4S.

En als hij nog 'pprak , ziet Judas een van de twdalvé kwam jen met hem een groote fchaare , met zwaarden en jlokken, [gezonden"] van de Overpriesteren en Ouderlingen dés volks. En die hem verried , hadde hun een teken gegeven, zeggende: dien ik zal kusfehen , dezelve is 't, grijpt hem. En terjlond komende tot jesus, zeide hij, IVeest gegroet Rabbi: en hij kuschte hem. Maar jesus zeide tot hem, Vriend! waar toe zijt gij hier? Doe kwamen zij, en jloegen de handen aan je* sus, en grepen hem.

matth. XXVI: 47 —50.

'S HEILANDS GROOTMOEDIGHEID BIJ HET VERRAAD VAN JUDAS.

Onder alle de bijzonderheden, in de gefchiedenis varl jesus lijden voorkomende, verdient het gehouden, gedrag van judas geene geringe opmerking. De Euangelisten verhaalen ons, dat hij één van het Aposteltal geweest zij, aan de gierigheid ware overgegeven en dat hijde beurs droeg, dat hij zich zoo verre liet vervoeren om zijnen onfchuldigen en hem zoo getrouw verzorgenden meester verraadlijk met eenen kusch , voor een geringen bloedpenning van 30 filverlingen in de handen zijner godlooze vijanden over te leveren. Staan wij bij dit verhaal een weinig ftil en overdenken wij, hoe het mooglijk geweest zij, dat iudas zich zulk een boozen en onverand woordelijken (lap heeft kunnen veröorlooven, en hoe hij van zich heeft kunnen verkrijgen, om zijnen weldoener, dien hij , §s door'

Sluiten