Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 330 )

grepen en fel gebonden hebbende, want zij herinnerden zich, dat-ju das hen zulks geraaden hadt, op waards naar de raoore. ftad'voerden Nu moest hij, als een onrechtvaardige booswicht, ten fpot en verachting van den eenen godloozen tot den anderen gevoerd worden. Onder het geleide eener gewapende manfchap voerde men hem, niet zonder veel opziens en gioote nieuwsgierigheid , als een gevangenen , eersr tot aJnnas (*) die de fchoonvader was van cajaphas, destijds Hoogepriester. Waarfchijnlijk is het, dat deze bende zulks niet uit verkiezing, eigen magt en beweging , maar veelmeer op hooge order en bevel heeft werkltellig germakt en verricht.. Misfchien gefchiedde dit om den ouden Raad annas, wiens huis zij mogelijk met den gebondenen moesten voorbijgaan, dit vergenoegen in zijn ouden dag nog te gunnen , om hem te zien en te helpen veröordeelen , of om dat hij mogelijk de tweede perfoon des raads, en dus de eerfte ftemgereehrigde naast den Hoogepriester was, dié veelligt veel inyloeds hebben, en misfchien, als oud en ervaaren in de priesterlijke loosheid, den veiligften en besten raad geven konde. Altans zij voeren hem ten huize van annas., die, zich ten genoegen aan dezen ftaatsgevangenen verlustigd hebbende en nu vooreerst voldaan fcheèn, beval, dat men hem onder dezelve banden en kluisters, naar den wettigen richter, zijnen fchoonzoon den Hoogepriester cajaphas, zoude heen leiden. Wij merken hier als in het voorbijgaan aan, dat de H. Euangelist ook hier, gelijk hij meermaaien doet, de open vakken in de Heilige gefchiedenisfen ter nadere toelichting èh opheldering dienende , met het melden van deze en geene bijzonderheden, ,invult en breeder in zijn verhaal is 'dam de overige Euangelisten. Volgens de aantekeningen van mattheus wordt jesus naar het huis van cajaphas geleid, en naar het verhaal der beide andere Euangelisten heet het: dat men hem in het huis van den Hoogepriester voerde. JoSnnes meldt van annas. Cajaphas, als een doorliepen en ftaatkundig geestlijke, was het, die te voorën den zoo veel in zich behelzenden, goeden en verftandigen raad gegeven hadt, dat het veel beter ware, dat één mensch, wie hij ook zijn mogte, omkwam, dan dat het gantfche volk in beweging gebragt. beroerd en ongelukkig werdt. Ten zijnen huize nu was de bloedraad gefpannen met alle noodige voorbereiding en toeft)

(O Joait. X\Hh 13.

Sluiten