Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEÏDING. xxv

duidelijk een' mensen, te kennen, die door 'zwaare rampen wel tot het uiterfte gebracht, doch echter bewust is van zijne onfchuld, Welke hij het geheele gedicht door tracht te verdeedigen tegen de befchuldigingen en fmaadredenen , waarmede hem zijne vrienden of meer bedekt en van ter zijden, of zelfs openlijk en zonder verbloeming overlaadden : terwijl eindelijk alle zwaarigheid , die hieruit gebooren wordt, daardoor beflist werd, dat Job, nadat hij roekeloos had willen indringen in de geheimen van het Godsplan, zijne zwakheid bekent , zich aan God onderwerpt, en een diep berouw toont, Hoofdd. XLII. i—6. Dit dunkt mij , hangt zeer wel te zamen, en is niet onderhevig aan zwaarigheid of gaping. Ik behoeve naauwlijks te zeggen, het geen michaelis niet fchijnt opgemerkt te hebben , dat hee afgebroken begin van het Gedicht juist valt in den fmaak der Oosterfche Dichters : ja ik geloof, dat er geen Hebreeuwsch of Arabisch Dichtftuk is , in een deftigen ftijl opgefteld, en uit heftige gemoedsaandoeningen gefproten , waarin de Dichter dit aangezette vuur zou willen of kunnen onderdrukken , door er , tot beter verftand een historisch gedeelte bij te voegen : en zulk ** 5 eene

Sluiten