Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxvih INLEIDING.

ben ; zo dat, wanneer zij op een' bevalligen trant voorgeteld worden , het moeilijk zij , er geene toeftemming aantegeeven ; echter kan ik , na een naauwkeurig onderzoek , met dezelve nog niet inftemmen : want, hoe men ook van weerskanten van het gewigt der overige redenen denken moge , komt mij die, welke tegen dit gevoelen ontleend wordt uit het onderfcheiden dichterlijk karakter en den verfchillenden ftijl van Mofes en van dit boek, zeer gewichtig voor: en ook lowth, voorzeker in deeze zaak een bevoegd rechter, dacht er eveneens over , naardien hij den ftijl van dit gedicht hierin verklaart te verfchillen van Mofes dichterlijk karakter, da* dezelve gedrongener, klemmender , korter , en nauwkeuriger in de Poëtifche zamenfleiiingyan zinnen zij9 bijna gelijk in Bileams voorzeggingen, die insgelijks een buitenlander was, fckoon van de Hebreeuwfche fpraak en den waaren God niet vervreemd : Ik weet wel, dat michaelis de kracht van dit bewijs vernuftig zoekt te ontzenuwen, door Mofes jongere jaaren, waarin hij dit gedicht gemaakt.zou hebben, te onderfcheiden van zijnen ouderdom, tot welken men zijne overige gedichten zou moeten brengen (zie het Epimetr. ad lowth. pag. 185O

doch

1

Sluiten