Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING,

XXIX

doch deeze redenering is zeer zwak en onzeker. Het is wel zo, dat het dichterlijk karakter van een' jongeling en van een' oud man zeer veel verfchillen; het zij dan, omdat de laatfte zo veel van zijne voorige levenskracht verboren heeft; het zij, dat zijne gemoedsbewegingen met de jaaren bedaarder zijn geworden, en hij , bij rijper oordeelkracht, zijn weelderig vernuft intomende, zorgvuldiger dat alles vermijdt, wat niet ingericht is naar het richtfnoer van bedaarde redenering ; het zij uit andere oorzaken : de dichter heeft echter, even eens als alle andere menfchen, een eigen karakter van geest en vernuft, het welk, wel verre van met de jaaren geheel verloren te gaan , in den hoogden ouderdom zo wel als in de eerfte jeugd merkbaar is. Men zal dan in de gedichten van Mofes geenzins eenen dichter als van dit boek kunnen ontdekken. Beider poëzie is zeker uitnemend , en in haar foort volmaakt; maar dat Mofes de maaker is van beide , zal ik niet eer gelooven , dan wanneer ik zal kunnen overtuigd worden , dat de iEneis door horatius en de Oden van horatius door viRGiLius kunnen opgefteld zijn ; of dat een van beide de maaker van die twee werken

kan

Sluiten