Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOEK JOB. II. /

yo „ ren, en fterf." Dan hij antwoordde haar: , Gij fpreekt als eene zottin j of zullen wij dan alleen het goede , en niet tevens het „ kwade van God aannemen?" In dit alles fprak Job geen enkel zondig woord.

ïi Toen nu drie vrienden van Job, namelijk Eliphaz, een Themaniet, Bildad, een Suchiet, en Zophar, een Naamathiet, alle deeze onheiJen gehoord hadden, welke Job overgekomen waren j kwamen zij, volgens eene gemaakte affpraak , elk uit zijne woonplaats , om hem

12 te beklagen en" te troosten. Hem van verve ziende, kenden zij hem niet; en luidkeels beo-innende te weenen , fcheurden zij elk hun kleed , en wierpen het ftof over hun hoofd

13 in de lucht; vervolgens zaten zij zeven dagen en zeven nachten bij hem op den grond, zonder dat iemand hunner een enkel woord tot hem fprak, uit hoofde van de grootheid zijner 'finerten, die zij zagen.

A 4 llL

Sluiten