Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38 HET BOEK JOB. X.

18 Waarom deed Gij mij uit den buik te vooi* fchijn komen? Anders ware ik geftorven : geen oog had mij gezien!

39 Dan zoude ik geweest zijn, als ware ik niet

geweest;

Dan bad men mij gedragen van den buik naaf

het graf.

20 Hoe kort heb ik nog te leven! Daarom Iaat mij met rust! Houd af van mij , dat ik mij nog een weinig

verkwikke!

si Eer ik heen gaa, en niet weer te rug kome, Naar het duistere land, in de fchaduw des doods;

22 Naar het land , daar men zuizelende in het ijsfelijke donker , In de fchaduw des doods, geen lichtftraal geniet ;

Qm het ijsfelijke donker fchijnt op dep middag.

XI,

Sluiten