Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hei boek JOB. XV. 57

„ Gods wraakzwaard beloert hem uit den „ hoogen.

23 „ Hij moet zwerven om brood; dan waar

„ zal hij heenen; „ Daar hij duiftre dagen vooruitziet?

24 „ Angst en benauwdheid vallen hem plotfe-

„ lijk op het lijf; „ Zij overweldigen hem met de magt eenes

„ Konings; „ Tot de beroerendfte rampen is hy beftemd. -25 „ Want hij ftrekte zijne hand uit tegen

„ God;

i Vol wrevel verzette hij zich tegen den „ Almagtigen.

26 „ Hardnekkig liep hij tegen hem in,

„ Onder het dichte gewelf zijner fchilden;

27 „ Toen hij zijn gelaat bekleed had met vet, „ Zijne lendenen met zachte kusfens omto-

» gen.

28 „ Nu moet hij woohen in uitgeroeide fte-

„ den ,

j, In wankelende huizen, die tot fteenhoopen „ beftemd zijn.

D 5 29 „ Hij

Sluiten