Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5-3 HET BOEK. J O B. XV.

29 „ Mij wordt niet meer rijk ; zijn vermogen

„ houdt geenen ftand; „ Zijne fchatten verfpreiden zich niet over „ 't aardrijk.

30 „ Hij kan niet ontwijken de donkere ftormen; „ De blikfem verzengt zijne fcheuten ;

5, Het geblaas van Gods mond rukt hem om ver.

31 „ In zijne verbijstering vertrouwe hij niet

„ op ij delheid ; „ IJdelheid zal het loon zijn van dat ver„ trouwen.

32 „ Eer zijn dag daar is , zal het met hem

„ uit zijn *,

„ Zijne takken zullen niet weelderig groeien.

33 „ Gelijk een wijnftok zal hij de onrijpe drui-

„ ven laten vallen, „ Gelijk een olijfboom de vruchten afwer„ pen , als zij nog groen zijn.

34 „ De bende der huichclaaren wordt onvrucht-

L baar als eene rotfc; „ De tenten der geldzuchtigen worden door „ den blikfem verteerd.

35 » Zo

Sluiten