Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOEK JOB. XXI. 81

En erkent de aanwijzing, die zij u doen zullen!

30 Ja het is waar. Ten dage van kommer

wordt de booswicht onttrokken, Als Gods toorn komt inbruisfchen, is hij ftaatig ten grave gevoerd.

31 Wie zal hem zijnen wandel nu onder het oog

brengen?

Hij deed [wat hij wilde]. Wie zal hem vergelden?

32 Men heeft hem ftaatig ten grave gevoerd; Hij leeft nog bij zijne grafkaade.

33 Zacht ligt hij ne*êr onder de keijen der bee-

ken,

De geheele wereld verzelde zijnen uitvaart, Eene ontelbaare menigte achter en voor.

34 Hoe nietig is dan de troost uwer antwoor¬

den!

Al wat mij daarvan overblijft, is ondienst.

F

XXII,

Sluiten