Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOEK JOB. XXXIII. lip

X X X I I u

i Hooi" dan mijne redenen, Job!

En luister naar al wat ik fpreek. !i Ik heb mijnen mond reeds geopend;

Reeds fpreekt mijne tong.

3 't Geen ik zeg is de taal van mijn hart; 't

is vernuftig; Mijne lippen fpreeken de zuiverde waarheid.

4 Ook mij fchiep Gods adem;

't Geblaas des Almagtigen gaf mij het leven.

5 Zo gij kunt, wederleg mij!

Rust u tegen mij toe, en fta pal!

6 Voor God ben ik u volkomen gelijk: Ook ik ben gevormd uit leem.

7 De luister mijner hoogheid zal u niet ver-

fchrikken;

Ik zal geen' te zwaaren last op u leggen.

8 Zo fprakt "gij , daar het mijne ooren verna¬

men :

H 4 CIk

Sluiten