Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IflOHKT BOEK JOB. XXXIII.

(Ik hoorde het geluid uwer woorden) 9 ■>•> 'k Ben rein, zonder misdaad; ,, Zuiver, en fchuldloos.

10 Voorwendfels vindt hij tegen mij uit^ „ Hij rekent mij als zijnen vijand.

11 „ Hij fluit mijne voeten in den flok,

„ En alle mijne wegen bezet hij zorgvuldig, ïü Ik zeg u ronduit; zo fpreekt gij onbillijk;

Want God is grooter dan menfchen. J3 Waartoe toch dit twistefi met hem,

Die van geene zijner daaden rekenfchap geeft?

14 Eenmaal fpreekt God,

Maar herhaalt het de tweede reis niet,

15 Door een droomgezicht in den nacht,

Als een diepe flaap het menschdom bevangt, Als ■ men sluimert op het leger:

16 Dan opent hij de ooren der menfchen, En verichrikt hen door hen te beftraffe^:

17 Om den mensen te doen afzien van n}n ge*

drag,

En om des ftoutmoedigen trots te verzoenen;

18 Om zijn lichaam voor 't graf te bewaren,

Zij»

Sluiten