Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOEK JOB. XXXV. 129

„ Ons wijsheid boven de vogelen fchenkt?

12 Dies hoort hij niet naar hun geroep, En redt hen niet uit der boozen geweld.

13 Hij luistert niet naar zulk een ijdel geklap; De Almagtige ziet op hetzelve niet neer.

14 Offchoon gij al denkt, dat gij hem nog

niet ziet,

Hij houdt echter gericht; verbeid hem maar ftil.

15 Dan wijl zijne gramfchap niet ftraft op de

daad,

En hij op de boosheid niet zeer fchijnt te letten;

16 Dies opent Job zo vermetel zijn' mond, En ftapelt onzinnige woorden op een.

XXXVI.

1 Nog voegde elihu er het volgende bij:

2 Heb nog wat geduld: ik wil u ontvouwen, Dat er nog meer voor God valt te zeggen.

I 3 ^

Sluiten