Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOEK JOB. XXXVr. 133

Dien zij rijkelijk over het menschdom doen druipen.

19 Wie begrijpt de uitbreiding der wolk, Het gekraak zijner tent?

30 Met den blikfem, dien hij rondom zich ver-

fpreidt,

Bedekt hij tevens den bodem der zee.

31 Dus ftraft hij de volken,

Maar geeft hun ook fpijze volop.

32 Het blikfemlicht fluit hij in zijne vuisten, En geeft het bevel tegen dien, die hem aanvalt.

33 Zijn bazuingeklank kondigt het aan;

Als zijn ijvergloed tegen den trotfchen o*ta vlamt.

X X X VI I.

1 Dies fiddert mijn hart ,

En beeft weg van zijne plaats.

2 Hoort zijnen krakenden donder,

I 3 Het

Sluiten