Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I36 HET BOEK JOB. XXXVII.

Zo vast als een fpiegel van gegooten metaal ?

19 Leer ons nu, wat wij hem zullen zeggen? De duisternis belet ons met hem in 't ftrijd-

perk te treden.

20 Zou hem iemand verhalen, wat ik zeg? Kan hem 't geen de mensch fpreekt, bewegen ?

11 Nu zien wij geen licht;

Het fchittert achter de wolken :

Maar de wind, als hij doorbreekt, klaart de wolken weer op : as Dan komt het goud uit het noorden.

Eerbied verwekkend is de Majeileit Gods: 23 Niemand kan den Almagtigen vinden.

Door magt en gerechtigheid groot,

En vol van rechtmaatigheid, is hij geen dwingeland.

14 Dies bewijze hem 't menschdom ontzach; Daar zelfs niemand der wijzen hem kent.

XXXVIIi.

Sluiten