Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOEK JOB. XL. 147

Veroordeelt gij mij om recht te behouden? ,4 Of hebt gij een' arm, gelijk God ? . En is uwe ftem zijnen donder gelijk?

5 Kom tooi u dan nu met grootheid en hoog¬

heid;

Bekleed u met luister en pracht?

6 En ftort uwe yuurige gramfchapsvloed uit! Vel alles, wat hoog is , ter neer door uw

blik!

7 Uw blik onderwerp u alles wat hoog is, Verbrijzel de boozen met eenen flag,

8 Verberg hen te faamen in 't ftof,

En bewind hunne aangezichten met flijk!

9 Dan zal ik u roemen,

Dat uw arm u de zege befchikt. 10 Zie den dieren reus, dien ik nevens u maakte,

Hij eet wel gras als een rund; ïi Zie echter, hoe fterk zijne lendenen zijn,

Hoe vol kracht de fpieren zijns buiks. 12 Hij zwenkt zijnen fnavel, den ceder gelijk:

Een weeffel van zenuwen zijn zijne dijen,

Ka 13 Zij-

Sluiten