Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

% AANMERKINGEN»

een' gerichtsdag houdt over zijne onderdaanen. Hij verfchijnt op zijnen troon. Zijne kinderen, dat. is, gelijk ik meene , zijne onderdaanen , of gehoorzaame vereerers (verg. Gen. VI , 2.) , verfchijnen voor hem , om hunne opwachting voor hunnen Koning te maken , en zich voor zijn gericht te ftclleii. * Insgelijks verfchijnt, even als in aardfche gerichten , de Aanklager voor hem , die hier de Satan is; wijl niemand anders boos genoeg kon gefchilderd worden , om eenen man , als job was , aanteklaagen. De Rechter opent , vs. 7, het gericht, fpreekt den Aanklager aan, en vraagt hem, of hij iets aanteklagen hadde, dat is , geeft hem oorlof, om , zo hij iets mogt weten , een' aanvang met zijne aanklagc te maken. Verg. michaelis.

vs. 7. In het antwoord van den Satan wordt vooronderfteld , dat de aarde maar een gedeelte van Gods rijk is, het welk de Satan thans had doorgereisd. De vertoonplaats van Gods throon , voor welken de Satan verfchijnt 4 is in den Hemel , of misfchien in de lucht.

vs. 8. Job wordt hier verbeeld, als een man van zo verhevene deugd, dat, naar Gods

oor*

Sluiten