Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42 AANMERKINGEN.

„ Hoofd. VIII. ii.] zo doet hij ook insge„ lijks hier het zelfde, en haalt een lied aan, v waarin alles, wat er in de wereld is, ge„ luk en ongeluk , orde en wanorde, recht „ en onrecht, aan de Godlijke Voorzienigheid ,, wordt toegefchreeven. Hij zendt eene dub„ belde aanprijzing van dit lied vooraf •, eens„ deels namelijk gelooft hij, dat het oor het „ aanftonds door een foort van inwendige er„ varing even eens zal proeven en billijken, „ als wij de fpijze door den fmaak onderken„ nen; anderdeels beroept hij zich op het „ lange leven van hun , die nog in de Pa„ triarchale tijden dit lied hadden opgefteld. „ Hun leven, dat eenige eeuwen duurde, „ vormde hen tot eene manlijke wijsgeerte; „ daar integendeel dat geen , het welk wij in „ onze jaaren , die [wegens derzelver kort„ heid] zo weinig ondervinding opleveren, „ over de inrichting der wereld willen bere,, deneren , niets anders als kinderwerk zijn „ kan."

ar. 16. Zodat hij den dwalenden kan te recht brengen , en den verleider in den voortgang zijner arglist beteugelen.

vs. 19.

Sluiten