Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54 AANMERKINGEN.

ys. 22. Gods wraakzwaard enz. Eigenlijk : Hij wordt beloerd tot het zwaard. Dit kan in dien zin verklaard worden , welken ik in de vertaling uitgedrukt heb , en dien a. schultens bewezen heeft, dat juist in den trant is der Arabifche Poëzij. Doch het kan ook eenvoudiger genomen worden in deezen zin : Hij fchrikt voor het zwaard , dat hem beloert. En dit is misfehien overeenkomftiger met de geheele fchilderij , niet zo zeer van wezenlijk , als wel van ingebeeld gevaar , het welk den godloozen onophoudelijken angst en fchrik aanjaagt.

vs. 24. Zij overweldigen hem met de magt eenes Konings. Deeze fpreekwijze, welke eenen geweldigen aanval te kennen geeft , is niet ongelijk aan Spreuk. VI. 11. Verg. ook

Job XVIII. 14. Het laatfte lid kan ook

tot den Koning gebragt worden , die gereed is om de geweldigfte beroeringen aanterichten ; doch de opgegevene verklaring fchijnt mij op zich zelve fraaier, en beter te pasfen met vers 25.

ys. 27. Dit vers ftaat in verband met de twee voorgaande. Hij verzette zich tegen

God

Sluiten