Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68 AANMERKINGEN.

uiteinde. Vergelijk Hoofd. XXIV. i. en Pf. XXXVII. 13.

X I X.

yj. 4. Indien ik al dwaalde in de overtuiging mijner onfchuld , waarom tracht gij mij die gelukkige dwaling te benemen?

vs. 5. Mijne fchande. Of mijnen fmaad alles wat mij tot verwijt flrekken kan.

vs. 6. Ik heb geenen twijfel, of verkeeren betekent hier het verkeeren van het recht, gelijk de fpreekwijs in haar geheel uitgedrukt ftaat Hoofd. VIII. 3. De volgende klagten in dit Kapittel (temmen volmaakt daarmede overeen. Vergelijk ook Hoofd. XXVII. 2. en XXXIV. ia.

vs. 9. Met deze uitdrukkingen bedoelt Job niet zo zeer het verlies van zijn vermogen, en tijdelijk aanzien, als wel de teleurftelling zijner verwachting , dat God zijne onfchuld tegen de valfche aantijgingen zijner vrienden zoude doen zegepraalen. vs.

Sluiten