Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9z AANMERKINGEN.

welken Job zich had beroepen Hoofd. XXI. 29. of andere, is onzeker, michaelis..

vs. 16. Voor ter flachthank gebracht, ftaat eigenlijk : Reddeloos , als een viervoetig dier, gebonden. Het zelfde, woord als Hoofd.. XVI. 7. H. A. S. Volgens michaelis doelt Eliphaz hier op eene oude gefchiedenis, die ons onbekend is. Zou het tweede lid geene aanleiding geven om aan den Zondvloed te denken ? Hetzelve luidt eigenlijk ; Eene uitgego* tene vloed is hun grond.

vs. 18. Verre zij enz. Of liever: Hij ft oorde zich niet aan den aanftag der godloozen. Zie de aantekening op , Hoofd. XXI. 16. Die verandering fchijnt mij hier ter plaatfe nog ruim zo noodzaaklijk te zijn, als op de evengenoemde ; vooral, zo ik niet mis heb in de aaneenfchakeling der denkbeelden. De gefchiedenis van voorige tijden , (dus ftel ik mij den fchakcl der gedachten van Eliphaz voor) vertoont ons meer zulke Godverachters, die hem openlijk trotfeerden. En in de daad, het ging hun wel : God floeg , naar allen fchijn, geen acht op hunnen euvelmoed: doch de vreugde was kort, en wel dra kreegen de

vroo-

Sluiten