Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 107

geweldige aanval en voortftuwing hier aan God worde toegefchreeven, dan aan den ftormwind. Volgens de eerfte opvatting zoude men moe-ten vertalen: Meedogenloos werpt hij [zijne pijlen'] op hem uit. Ik heb het laatfte verkozen , omdat het mij in dit verband ruim zo gefchikt voorkomt, en het in de Arabifche Dichtkunst geen ongewoon beeld is, dat de wind alles , wat hij ontmoet, of achterhaalt, met zijne hand, neerflaat, wegvaagt, of voortftuurt.

XXVIII.

vs. I. Eigenlijk: Het zilver heeft zijne plaats, waar liet uitkomt. Het goud heeft zijne plaats, daar wordt het gelouterd.

vs. 3. De mensch dringt door tot in de diepfte fchuilhoeken der aarde om alles uit te vorfchen. Niets wedcrhoudt zijne vlijt: zelfs aan de duisternis ftelt hij palen , en belet haren voortgang, ten einde zijne navorfching niet te ftoren.

vs. 4.

Sluiten