Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 109

ys. II. Dat er geen traan doorzijpt. Eigenlijk , dat zij niet v/eenen. Volgens de lezing der oude Latijnfche Overzetting zoude het eerfte lid vertaald moeten worden : Men doorzoekt de klippen , dat is, den onderften bodem der rievieren. Deeze leezing is op zich zelve zeer fraai. Echter dunkt mij , dac de gewoone beter is van wegens het verband met vers 10.

vs. 17. Door goud en helder glas verftaat michaelis glas , het welk door de kunst met gouddruppen doorfpikkeld is; hij zet het daarom over goudglas , en neemt tevens aan, dat denkelijk ten tijde van Job de uitvinding van het glas nog nieuw zal geweest zijn, waardoor dan ook hetzelve tegen, en misfchien wel boven goud kan gefchat zijn geweest. Men zie ook scheüchzers Bijbel der Natuur y VII. D. bladz. 65 enz. met de aanmerkingen van den Heer l. meijer. H. M.

ys. 18. Zij weegt zwaarder, dan enz. Eigenlijk : De wijsheid trekt de fchaal ft erker, dan de kostlijkfte paarlen naar beneden.

vs. 21, 22. De omfchrijving van van vloten

Sluiten