Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i\6 AANMERKINGEN.

genoemd worden , wordt zeer onderfcheiden door de Uitleggers begreepen. —■— In het eerfte lid heb ik overgezet , ziltige bladen der heesters , op den voorgang van oedmann , in zijne Sammlungen ans der Naturhinde zur erkldrung der Heilige Schrift, Drittes heft, Kap. XI. die uit Reisbefchrijvingen aantoont, dat zo in het Oosten , als ook elders , foms des nachts op laage heesters een zoutachtige daauw pleegt te vallen , waardoor dus dezelve in tijd van nood zo veel te eetbaarder worden. Dc reden , waarom ik aan deeze uitlegging boven andere de voorkeur geeve, is, voornaamlijk , omdat men dus het naast blijft bij den letter van den oorfpronglijken tekst, welke eigenlijk luidt het zoute op de heesters; hoe zeer ik tevens erkenne , hier verre van gewisheid te zijn. Men zie tevens het Aanhangfel.

In het tweede lid verfiaat men gewoonlijk wortelen van brem : (fpartiam , of genifta) Het gezach van den Arabifchen tongval pleit ook vrij fteik voor die uitlegging , gelijk deskundigen bekend is : en deeze plant wast in groote menigte in dorre plaatfen. Men heeft intusfchen wel aan deeze uitlegging getwijfeld,

wijl

Sluiten