Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ï2o aanmerkingen.

vs. 13. Daar niemand [mij] tegen hen helpt. Men kan ook vertalen met fommigen : Of fchoon hen niemand wil helpen, dat is, of fchoon zij zo veracht zijn , dat niemand zich aan hun wil ftooren , en hun te hulpe komen. Zie A. S.

vs. 14. Het beeld is genomen van eene belegerde ftad , wier muuren reeds doorgebroken zijn , dan door wier bresfen en puin de vijand nog indringt.

vs. 17. De nacht doorboort mijn gebeente. Dat is : mijn gebeente wordt des nachts doorboord. Hetgeen des nachts gefchiedt , wordt dichterlijk aan den nacht zeiven toegefchreven,

Die mij knagen. Hierdoor verfta ik liefst de wormen , die den melaatfchen Job onophoudelijk knaagden , en hem zelfs des nachts geene rust lieten.

vs. 18. De wormen zijn zo over geheel mijn lichaam verfpreid , dat zij mij als het waare tot een kleed ftrekken , in plaats van dat kleed , dat ik anders plagt te dragen , en

zij

Sluiten