Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 135-

die fchriften aantreffen , die het naast in tijd bij dit boek komen , noch ook in dit boek zelve. Eindelijk wordt hier niet gefproken van de eeuwige verlosfing door Jefus Christus, maar alleen van de tijdlijke uitredding uit eene doodlijke ziekte, gelijk uit het geheele beloop , vooral uit vers 27 enz. duidelijk blijkt. Daar dit dan vast bij mij ftaat, dat Jefus Christus hier onmogelijk kan gemeend zijn , fta ik tusfchen drie andere uitleggingen , die men heeft voortgebragt tusfchen twijfel, die ik daarom allen zal voordellen.

De eerfte is die , welke reeds voor een gedeelte is voorgefteld door onze Kanttekenaaren , en die onlangs met eenige verandering door nieuwe gronden is aangedrongen door den Heer Profesfor schnurrer te Tubingen. Volgens dezelve is de gezant een leeraar of vriend , die den lijder door het beftier der Godlijke Voorzienigheid wordt toegezonden , en die uit dien hoofde te rechte als een bode of gezant van God wordt aangemerkt , welke hem onderwijst van zijnen plicht • terwijl hierop God verbeeld wordt aan dien leeraar of vriend te gelasten ; Bevrijd hem , dat hij niet dale in het graf, dat is, verkondig hem, dat

[ 1 4 ] hii

Sluiten