Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 147

God niet. Men vindt dezelfde fpreekwijs Gen. XXXVIII. 26. 1 Sam. XIV. 18. Luk. XVIII. 14. Vergelijk ook andere diergelijke manieren van fpreken, waar zodanig eene vergelijking volftrekt ontkent Pf CXVI1I. 8. Hof VI. 6. 1 Kor. VII. 9. 1 Tim. I. 4. i Petr. III. 17, en elders.

yr. 3. Onze Overzetters en veele andere uitleggers vatten de woorden, welke Elihu hier op rekening van Job fchrijft, in dezen zin op: wat voordeel heb ik meer van een deugdzaam, dan van een zondig leven? Doch, behalven dat het zeer gedrongen is, om de woorden voor u tot Job zeiven te brengen; vooral daar hij in het tweede lid van zich zeiven in den eerften perfoon fpreekt , zie ik niet, hoe Irerop eenigzins het antwoord van Elihu pasfe vs. 4 enz. waarin hij bewijst, dat, hoe zeer men Gode niet profijtelijk zij door de deugd, noch fchade doe door de ondeugd , de deugd echter haare gelukkige, zo wel als de ondeugd haare rampzalige gevolgen voor den mensch zelven heeft. Zulk eene redeneering flaat, dunkt mij, beter op de vertaling, die ik gegeven hebbe, waarin mij gedeeltelijk Coccejus reeds is voorgegaan. De [ K 2 ] zin

Sluiten