Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 15-3

hij tevens rechtvaardig is , den vroomen zijne gunst betoont, den boozen ftraft, en den berouw hebbenden weder in zijne gunst wil opneemen.

vs. 5—21. De fchakel der gedachten en redeneeringen in deeze verfen van Elihu fchijnt

mij hierop neder te komen. God is wel

oneindig groot; maar echter behandelt hij niets , hoe gering ook , verfmaadelijk , wijl zijne grootheid niet alleen beftaat in oneindige magt, maar tevens in fterkte van geest, dat is in wijsheid, rechtvaardigheid enz. die de eigenlijke kracht van den geest uitmaken (5). Geen verdrukker zal uit dien hoofde gelukkig zijn , maar den onderdrukten zal hij het recht doen wedervaren (6). Ten bewijze daarvan ftrekke, dat hij niet zelden de vroomen tot de hoogde eer verheft (7). Het is wel zo, dat hij hen ook foms in ellende laat komen; dan hij doet zulks met een liefderijk oogmerk, om hun het kwaad , waaraan zich toch ook foms de besten der menfchen fchuldig maken , onder het oog te brengen , en hen tot hunne voorige deugd te rug te brengen. Hooren zij naar die vermaning , dan herftelt hij hen tot voorfpoed; maar worden zij daardoor niet ver[ K 5 ] be'

Sluiten