Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 159

vs. 10. Men denke hier met Michaelis aan de ftaande meiren van den Libanon , die dikwijls bevriezen, wanneer zij door een' kouden noordenwind verftijfd worden , welken zich Elihu als een' kouden adem van God voorftelt.

vs. 11. Men verfta hier plasregenen , of wolkbreuken , waardoor geheele wolken fchijnen naar beneden geftort te worden : terwijl de blikfem dezelve zo fchudt, dat ze fcheuren en overftroomen. Vergelijk Michaelis. Zie nopens de vertaling het aanhangfel.

vs. ia, 13. God heeft het opzicht over de wolken, opdat ze zijne bevelen uitvoeren, het zij hij hen en de regenen, die zij ftorten, tot eene ftraf voor het menschdom , door zwaare overurooming, doe {trekken, of tot eenen zegen, door de vruchtbaarheid, welke de regen veroorzaakt. Over de vertaling en lezing zie men het aanhangfel.

vs. 16, 17. Weet gij, behalven de zwaarte van de wolken, die God alleen kan weegen, van waar het kome, dat gij u door uwe kle-

de-

Sluiten