Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i6o AANMERKINGEN*

deren verwarmt, wanneer hij den ftormachtrgen zuidewind doet ophouden, en weder eene ftille kalmte over de aarde verfpreidt? Weet gij van waar de warmte komt, die gij van uwe kleeding gevoelt? In vs. 17 volg ik den Heer Schroeder, Orig. Hebr. Cap. VI. 26.

vs. 19, 20. De duifternis, die er tusfchen God en ons is, de onwetenheid, waarin wij omtrend hem verkeeren, is te groot, dan dat wij met hem zouden kunnen in het ftrijdperk treden. Ja onze menschlijke wellprekenheid acht hij niets; zo weinig laat hij er zich dooj bewegen.

vs. 21, 22. Terwijl Elihu fpreekt , wordt de lucht hoe langs hoe meer verdonkerd. Elihu wijst Job daarop , en herrinnert hem, dat het achter die donkere wolken helder was, en dat ook ftraks de noordewind die zwarte wolken weder verdrijven zou, wanneer het goud, of het vuurig rode licht weder uit het noorden zou hervoor fchijnen: immers dat de noordewind de blikfemen voortbrengt geloofde men eertijds, waarom hem de Ouden ook goudgeele vlerken toefchrijven. Misfchien wil Elihu tevens Job hierdoor van ter zijde te

ken-

Sluiten