Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. i6t

kennen geven, dat het geen in zijn lot voor. den mensch thands donker is , bij God helder is , en met den tijd ook eens zal opgeklaard

worden. De verdeeling der verfen dunkt

mij hier verkeerd gemaakt te zijnj het fchijnt mij wegens de parallelie natuurlijk , dat het eerfte lid van vs. 22. nog tot vs. 21. behoore , en dat het tweede lid tot vs» 23. moet gebracht worden.

XXXVIII.

vs. l. Na alles wat Job en zijne vrienden geredeneerd hadden , wordt God zelve eindelijk fprekend ingevoerd , niet om zijne daaden tegen Job te rechtvaardigen, of zijne voorzienigheid te verdeedigen , ■— dit zou voor het Opperwezen te laag zijn geweest, en kon oök niet door de menfchen begreepen worden , —• maar om te toonen , dat hij te groot, te oneindig boven den mensch verheven is, dan dat hem die zou mogen beoordeelen; dat het integendeel den nietigen, onwetenden en kortzichtigen fterveling betaamt, zich aan den Schepper der wereld , die in de Behemoths en Leviathans eene oneindige magt, wijsheid, en goed[ L j heid

Sluiten