Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 177

en magt in het rijk der dieren heeft ten toone gefpreid. Dit te toonen is echter , gelijk michaelis te recht opmerkt, het voornaame oogmerk niet, waartoe de uitgebreide befchrijving van dit dier hier inkomt: zij wordt, gelijk hij verder aanmerkt, veel eer aangevoerd, als een bewijs , hoe God de wereld zo weet te regeeren , dat ook de grootfte fterkte van één fchepfel aan de overigen niet gevaarlijk wordt. De Olifant namelijk is een der grootfte en op het oog verfchrikkelijkfte dieren : wanneer nu dit dier den woesten , roof en moordzuchtigen aart van leeuwen, tijgers, wolven enz. had , hoe groote fchade zou het dan op de aarde kunnen aanrechten ? hoe gevaarlijk voor menfchen zo wel als voor dieren worden ? Dan daarvoor zorgde de wijze en liefderijke Schepper, hij maakte de natuur van dit verbazend dier onfchadelijk , daar hij aan hetzelve , niet het vleesch van andere dieren, maar kruiden en boomvruchten ter fpijze beftemde , en het zulk een' zachtmoedigen aart gaf, dat het zelfs niet het kleinfte dier bele • digt, en niemand eenig kwaad doet, dan die het tergt. Dit blijk van Gods wijsheid en goedheid ftrekte dus tot een nieuw bewijs, jhoe dwaas Job handelde , dat hij de Voorzie[ M ] nig-

Sluiten