Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 179

ys. 12, Zijnen /navel. Over de kracht, welke de Olifant in den fnavel heeft, zie men bufon ,. Hifi. Nat. Tom. XI, p. 5, 6. en p. 41, 42. in de aanmerkingen , als ook p. 52. Insgelijks j. ludolf , Hifi. Mthiop. Lib. L Cap. 10.

ys, 14. Zijn maker voorzag hem met zwaar* den. Eigenlijk : Zijn maker heeft [hem] zijn zwaard aangehecht. Men verftaat hierdoor, naar mijne gedachten, te recht de uitftekcnde tanden van den Olifant, welke hij dikwijls gebruikt, als een zwaard, om zelfs boomen omver te houwen ; waarom ook de Arabieren gewoon zijn deeze tanden 'van den Olifant zwaarden te noemen. En dit ftrookt, gelijk albert schultens reeds heeft opgemerkt, zeer wel met het volgende , waar ons wordt te kennen gegeven , dat dit zwaard hem gegeven is, niet tot verwoefting , maar om het gras van de bergen aftefnijden, vs. 15.

vs. 15. Dies geven de bergen hem voeder. De Olifanten verkeeren veel op de bergen, gelijk A. schultens met verfcheiden plaatfen uit oude fchrijvers beweezen heeft.

[ M 2 ] Waar

Sluiten