Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*z4 AANHANGSEL.

„ Ante "?Kff fupplcndum efie IN, non eft: „ quod moneam : ejus enim ellipfis ad verba, „ quae motum ad locum fignificant, follemnis; „ eft ufus. Habes conjecluram , quam tuo „ judicio examinandam perraitto."

Ik voor mij , heb tot nog toe niets beter; alleen merk ik op, dat QH2 geene grendelen betekenen kan , gelijk uit het voorige blijkt, en ook door schnurrer is opgemerkt.

Hoofdd. XVIII. 12. De verandering der vokaalftippen, waarvan de Vertaler fpreekt, is door doederlein voorgcflagen. Hij verklaart 3jn uit het Arabifche o;=y, trepidare, en voor IjK leest hij 1JN waarheenen namelijk zal hij vluehten f Dan voor eerst komt 3jn ïn andere plaatfen wel met uf.^ hongeren, maar nimmer met u^y. overeen : want, dat men ook Jef. VIII. 21, welke plaats doeder. lein voor die ongewoone betekenis aanhaalt, 3jH zeer gevoeglijk door hongeren kan vertalen , leert de famenhang genoegfaam. Ten anderen is ÏJK voor waarheenen zelfs geen Hebreeuwsch : het zou nJK moeten weezen. Ik vind met den Heer schroeder de fpreekwijs zijne droefheid zal hongerig zijn voor ah

met

Sluiten