Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2i ii. Overd. 't Misbruik der leere van de

heid aan Christus bij hem kan ontdekken. Den plantenkenner bevreemdt het immers niet, dat het eikenplantje zoo klein en zwak zij dat men 'er nog zoo weinig aan zien kan, dat het die fterke, hooge, eeuwen verduuren-

de boom worden zal? Ons bevreemdt het

immers niet, dat het kind zoo zwak, zoo behoeftig, zoo ongefchikt op de waareld komt, dat men 'er nog zoo weinig aan zien kan, dat het anderen eens leeren, anderen eens helpen, op anderen eens werken zal; — De boomplant en het kind, en de natuur in den winter, even gelijk alles 't geen weezenlijk groot is, draagt

lang dit opfchrift, 't geen Jefus ook

droeg, en elk Christen nog draagt: Het

is nog niet geopenbaard, wat ik zijn zal!

'• §• 6.

Maar het is een misbruik deezer veredelende, déezer leven geevende leere des Bijbels wanneer een mensch op deeze grootheid zijner bellemming trotsch worden, zich met dezelve te vreden ftellen, en in die openbaaring zich ipiegelen wilde. Dezelfde Bijbel immers, die ons deeze onze verhevene beftemming openbaart, deeze zegt ons immers, dat het Gods liefde, Gods onverdiende genade geweest zij, die ons naar zijn beeld gefchapen en tot zijne

kinderen gemaakt heeft; roept zij ons

niet ten fterkften toe, het geen door elk oog dat wij op ons zeiven flaan , bevestigd wordt: wat hebt gij, o mensch! 't geen gij niet ontvangen hebt ? en zouden wij daarom trotsch zijn, om dat God zoo goed jegens ons is ? — De Bijbel

Sluiten