Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortreflijkh. der menfch. natuur. 43

Bijbel ftelt onzegantfche grootheid in eene vereeniging met God en Jefus, — en deezen God openbaart de Bijbel aan ons als een wezen, dat zich naar de vatbaarheden zijner fchepzelen fchikt, en deezen Jefus ftelt ons de gefchiedenis voor, als den ootmoedigften , die zijne grootheid alleen daar toe gebruikte om anderen te verheffen, en zijne wijsheid, om anderen te ondernchten; die zijne gelijkheid met God niet in triunph omdroeg, maar dezelve verborgen hield, de gedaante van een knecht aannam, en mensch wierd, op dat Hij den mensch tot gelijkvormigheid aan God zou verheffen. De openbaaring van onze voortreffelijkheid is dierhalven te gelijk een wenk, hoe wij dezelve moeten gebruiken; — in het onderricht aangaande onze beftemming wordt om te gelijk aangetoond, werwaards wij moeten ftreeven, in het zelve wordt alles

bevat, wat onze krachten opwekken, en tot het goede beweegen kan Gods beeld , gelijkvormigheid aan Christus! 't geen tot

trotschheid kan verleiden, moet voor trocschheid waarfchuwen; want juist door trotschheid wordt gij aan God en Christus ongelijkvormig, en verliest dierhalven die voortreffelijkheid, — waar toe uw Goedertierene Vader u beftemd heeft.

§• h

Vrij natuurlijk is het ook een misbruik, een niet te verontfchuldigen misbruik van deeze leer, wanneer men zich zeiven maar zoo wil laaien, als men is, om dat onze natuur goed en B 4 edel

Sluiten