Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE OVERDENKING

Over het Misbruik van het Leerftuk der bekeering.

.Als de landman het zaad in de aarde ftrooit is het zekerlijk zijn oogmerk, dat het in de aarde verrotte, dat door de verrotting van het buitenfte het binnenfte kiemtje zich ontwikkele, ■— en dit is vrij natuurlijk, wanneer het ooit zal voordfpruiten , opfchieten en wasfen. Maar met de verrotting alleen is hij niet te vreden, deeze is alleen voor hem een middel , en niet zijn oogmerk zelve. Hij wil de verrotting alleen daarom , op dat het zaadjen op zijn tijd vrucht zal voordbrengen. Als de Geneesmeester den zieken Geneesmiddelen geeft , is het zeker zijn oogmerk, dat dezelve in het ligchaatn werken, dat de zieke die inwendige werking ondervinde. Deeze inwendige werking is ook noodig, wanneer de geneesmiddelen eenige goede gevolgen zullen hebben. Maar deeze inwendige werking is het oogmerk van den Geneesmeester alleen niet, om die verontrusting van den zieken is het hem niet alleen te doen. Bij die werking moet het alleen niet blijven. Het is zijn

oog-

Volgens Luc. III: 8—14.

§ 1.

Sluiten