Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Leerftuk der bekeering.

59

een! n die is een fchandelijk misbruik!

maar deeze gantfche waarfchuwing gaat mij ,, niet aan. Piëtisten , en zij, wier Gods,, dienst in een hangend hoofd beftaat, ge,, draagen zich zoo, als hier befchreven „ wordt, maar zoo gedraag ik mij niet. Ik

zoek als een rechtfehapen man te handelen,

en houde mij met bekeering en berouw niet „ zoo zeer op."

Ik betreur uwe verblinding; wanneer gij u verbeeldt, dat gij reeds dat geen zijt, dat gij zijt moet, dat gij berouw , en verbetering van hart en wandel niet noodig hebt. Waarlijk! gij moet het binnenfte van uw hart nog niet zeer doorgrond of nog met recht overwogen hebben, wat Jefus al vordert. Misfchien zijn uwe daaden, voor het uitwendige, goed, maar zoo denkende vergeet gij zeker, dat Jefus ook reinheid van het hart eischt. Misfchien hebt gij de eene of andere goede .gefteldheid in u; maar denkt 'er dan toch zeker niet aan: dat hij, die de gantfche wet volbrengt , en maar tegen een gebod aan handelt, daar door fchuldig ftaat aan de gantfche wet. Lees in een uur van afzondering de bergleerreden van Jefus, beproef met naauwkeurigheid en in oprechtheid uw hart, en gij zult zien, dat gij nog onder die genen niet behoort , die de bekeering niet meer noodig hebben. Ik betreur uwe verblinding, wanneer gij alles op rekening van de zwakheid van den mensch ftelt, wanneer gij al het gebrekkige met de zwakheid onzer natuur zoekt te verontfchuldigen. Gij moet u nog niet recht herinnerd hebben , hoe veel goed gij

wer-

Sluiten