Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6o iv. Overd. Over het Misbruik

werkelijk doen kondt, het geen gij echter niet deedt. Gij moet niet meer denken aan zoo menig uur van traagheid, van lusteloosheid; aan zoo menige gelegenheid tot verleiding, waaraan gij u blootftelde. — Gij moet vergeeten zijn , 't geen Jefus zegt, en het geen zoo dikwijls gezegd wordt: dat, wanneer men gebruikt, dat men heeft, men dan meer verkrijgt; zeker kent gij u zeiven nog niet geheel en al.

' Ik betreur uwe kortzichtigheid , wanneer gij zegt, ik kan mij zeiven de bekeering niet

geeven, droefheid over zijne flechte

daaden hangt niet van den mensch af. Hadt gij in elk eenzaam uur over u zeiven nagedacht, hadt gij veele zulke uuren voor u zeiven uitgekoozen, dikwijls geleezen, hetgeen Jefus vordert, naar de Item van uw geweten gehoord, en u zeiven beproefd, hoe gij daarnaar handeldet, hadt gij elke gelegenheid gebruikt, die God u gaf, hadt gij de liefde van God , en de gevolgen veeier uwer daaden overwoogen: — zeker dan zoudt gij in u zeiven droefheid en berouw befpeuren, die eene onberouwelijke bekeering tot zaligheid werkt.

Ik betreur uwe ligtzinnigheid, wanneer gij alles aan eene zijde zetten, al het ernftige uit uwe hart verbannen , en daarover lagchen kunt. Ik weet, daar komt een tijd, waarin gij niet zult lagchen , en niet zult kunnen lagchen, om dat gij de gevolgen uwer daaden zult ondervinden. Elke booze daad is een Duivel, die vroeger of laater den mensch aan de zijde ftaat en hem kwelt, en dien hij ook

niet

Sluiten