Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92 vn. Overd. Over het Misbruik van

en deed zelfs onder zijne Landgenooten geene tekenen, om hun ongeloof. {*) — Onder veelvuldige beelden, en bij elke gelegenheid zeide Hij: Dat, die in Hem niet geloof de, ook geen leeven had in zich zeiven, en in de verdoemenis zou komen; maar dat die gene, die in Hem geloofde, niet zou fterven , niet veroordeeld worden , maar het leven , een eeuwig zalig leeven zou beërven. (**) Of men in Je lus geloofde, hier naar vroegen de Apostelen, en zulk een, die geloofde, wierd onder het getal zijner vereerers opgenomen, wie hij ook van te vooren mocht geweest zijn; en waar geen geloof gevonden wiejd, hoe goed de mensch voor het overige ook zijn mocht, — dan kon men onder het getal zijner vereerers niet worden aangenomen. Zij fpraken niet van eene voor God béftaanbaare gerechtigheid , die uit het houden van deze of die geboden voordvloeide; maar alleen van zulk'eene rechtvaardigheid, die door het geloof in Jefus Christus komt tot allen, en over allen , die gelooven; (f) want: zij wisten, dat de mensch gerechtvaardigd wierd zonder de werken de wet, alleen door het geloof. Zeker is gehoorzaamheid een gevolg van het geloof, maar het geloof zelve niet; en men denke niet, dat het een en het zelfde zij, om dat gehoorzaamheid toch altijd een gevolg van het waar geloof zijn moet. Het is waar! overal waar geloof gevonden wordt, heeft ook gehoorzaamheid plaats, maar niet overal, waar gehoorzaamheid

(*) Match. XIII: 53. (**) Joan. V-I: 47 erz. (t) Hom. III: 22.

Sluiten