Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hel Leerftuk des Geloofs in Jefus.' 95

met even zulk eene overtuiging gelooft, als de gefchiedenisfen van den zeven-jaarigen oorlog. Ik zeg, dit is een misbruik van dit leerftuk, eene lastering van de leer van Jefus. Laat het dan waar zijn, dat veelen zulk een Hecht onderricht in den Godsdienst genooten hebben, dat zij niet weeten , wat geloof zij. Droevig genoeg is het, zo dit waar zij; en eene fchande en verantwoording voor den Leeraar, die hun in het Christendom moest onderrichten, doch die hun niet eens die vraag verklaarde: Het geloof is niet alleen een zeker weeten of kennis, waar door ik het al voorwaarachtig hcude, het geen ons God in het'Ev.angelium van Jefus geopenbaard heeft, maar ook eeu hartelijk vertrouwen op Hem. Hier moogen zij dan leezen, dat geloof in Jefus iets meer zij; dat men zich geheel en al op Hem moet verlaaten, op Hem zijn vertrouwen geheel en al moet vestigen, als een kind het op zijne Ouders vestigt, wanneer het waarlijk geloof zijn zal. Maar meest al is het eene lastering van deze leer; eene verdraaijing, om derzeiver waardij te verminderen, om het Christendom als fchadelijk voor waare deugd uit te krijten. Het is waar, in het dagelijkfche leeven wordt het geloof dikwijls voor een bloot

voor waar houden gebruikt, Ik geloof

den Gefchiedfchrijver, hem, die mij iets verhaalt, den getuige, wanneer ik dat geen, het welk hij fchrijft, verhaalt, getuigt, voor waar houde. Maar in iemand gelooven, dit betekent bij elk eenen: vertrouwen op iemand Hellen, zich op Hem verlaaten. En vertrouwen wordt door niemand gerekend, alleen

eene

Sluiten